In hospitality draait interieurdesign al lang niet meer alleen om ‘mooi’. Wat voor Inside telt, is hoe een ruimte werkt: hoe gasten zich erin bewegen, waar ze blijven hangen, waar ze consumeren, wat ze onthouden – en wat het hotel eraan overhoudt.
Design is geen esthetische ingreep, maar een strategisch instrument dat beleving en rendement versterkt. De ontwerpers van Inside vertrekken daarom nooit vanuit een moodboard alleen. Ze vertrekken vanuit de strategie van het hotel.
Inside start elke opdracht met een diepgaande analyse:
“Via ontwerp kunnen we mee bepalen hoe gasten zich gedragen en welke ruimtes ze gebruiken”, klinkt het. Een concept dat zich richt op een meer traditionele of rustige doelgroep vraagt andere materialen, accenten en functies dan een ontwerp dat inspeelt op een actiever, meer belevingsgericht publiek. Met sfeer, routing en zichtlijnen kan Inside doelgroepen verschuiven, en precies daar komen design en strategie samen.


Inside is duidelijk over wat een hotelkamer echt goed maakt: een sterke combinatie van comfort, ergonomie, onderhoudsgemak en sfeer. Die sfeer bepaalt de herinnering van de gast, terwijl comfort de tevredenheid vormt. Ergonomie en onderhoudsgemak ondersteunen dan weer de operationele efficiëntie.
Van verlichting tot akoestiek, van stoffering tot gebruiksgemak: elke keuze moet kloppen voor zowel gast als housekeeping. Geen hoekjes waar stof zich verstopt, geen materialen die te snel slijten, geen opstellingen die moeilijk schoon te maken zijn. Inside stelt het eenvoudig: “Je moet bij het ontwerpen kunnen voelen hoe een onderhoudsteam het later zal onderhouden.”
In moderne hotels mag geen ruimte verloren gaan. Daarom ontwerpt Inside multifunctionele zones die doorheen de dag transformeren:
Voor Inside is hospitalitydesign onlosmakelijk verbonden met omzet. Het gaat niet over beloftes in procenten, maar over ruimtes die opbrengen.
Het rendement zit vaak in zichtbaarheid, toegankelijkheid en drempelloosheid: als gasten een bar niet opmerken, stappen ze niet binnen. Als een ruimte ‘van niemand’ wordt, blijft ze onaangeroerd – en dus verlieslatend. Inside doorbreekt dat met slimme positionering, logische flows en herkenbare sferen.

Inside werkt met materialen en technieken die specifiek geschikt zijn voor hotels, met aandacht voor:
Geen parket dat na drie jaar wegslijt door zand, geen wastafels die beschadigen door verkeerde poetsmiddelen, geen ruimtes die akoestisch zo hard zijn dat gasten er niet willen blijven. Ook back-of-house wordt integraal meegenomen: keukenstromen, bediening, ergonomie, zichtbaarheid van pass-throughs, onderhoudsroutes ,… Want een ruimte werkt alleen als ze voor iedereen werkt, niet alleen voor de gast.
Inside overtuigt hoteliers niet enkel met spreadsheets, maar met inzicht: samen denken, sparren, hertekenen en valideren.
Daarom toont het team mogelijke scenario’s, alternatieven en faseringen: soms is een kleine transformatie voldoende, soms is een grote switch nodig. Maar of het nu gaat om extra kamers, betere zichtbaarheid, een bar die leeft, een ruimte die multifunctioneel wordt of een hotel dat een nieuwe doelgroep wil aantrekken: Inside ontwerpt geen plaatjes, maar rendement, identiteit en beleving.